Weg- & waterwegen

Kerklaan tuinders

16e eeuw - Kerklaan (1954)

De Kerklaan bestond al onder die naam in de 16e eeuw, omdat bewoners van de verspreid liggende boerderijen en pelgrims uit het Westland via dit pad en de Kaaibrug naar de Domkerk liepen.
Ook het huidige achterlaantje en Koorlaantje waren dus onderdeel van de Kerklaan.

Aan de Kerklaan wordt in 1597 door Pieter Franszn. Overschie, een grootgrondbezitter uit Delft, de Boerderij Vreeburch gebouwd.
Maar het duurt tot 1872 voordat de open gronden langs de Kerklaan beetje bij beetje worden ontwikkeld.

kadasterkaart uit 1832 met Kerklaan en paardenpad naar de Noordlierweg (klik voor een vergroting)

Cornelis van Rijn, die in de tweede helft van de 19e eeuw woonachtig is op Boerderij Vreeburch, wil samen met zijn broers Gerardus en Leonardus een eigen katholiek kerkje stichten.
Zij krijgen daartoe toestemming van de bisschop van Haarlem nadat ze hebben toegezegd de bouw- en onderhoudskosten te zullen financieren.

Ze kopen vervolgens aan de noordkant van de Lee grond voor de bouw van de kerk, maar, om toegang vanuit het dorp naar de kerk mogelijk te maken, ook twee huisjes aan de Dorpsstraat.
Die breken ze af, waarna zij in 1868 een nieuwe brug over de Lee laten aanleggen.
De brug wordt vernoemd naar de boerderij waar Cornelis woont: Vreeburch.
De kerk wordt niet veel later gebouwd en in 1872 in gebruik genomen.

Pieter Ammerlaan, die uit Delft komt, koopt in 1882 de boerderij, de Kerklaan en de aangrende gronden van de gebroeders van Rijn.
Piet Ammerlaan is zuinig op zijn bezit, want hij zet de Kerklaan af met hekken, zowel aan de kant van het dorp, als bij de Kanaalweg.
Zonder zijn toestemming mag er geen gebruik van de weg worden gemaakt, wat door de bewoners van de Noordlierweg en de Kanaalweg niet altijd in dank wordt afgenomen.

In 1908 laat Pieter de boerderij bewonen en uitbaten door zijn neef en nicht Joor (Georgius)  en Marie Ammerlaan, beiden ongehuwd.
Als in 1917 Piet Ammerlaan overlijdt laat hij zijn bezit na aan Joor en Marie.
Omstreeks 1921 wordt het gedeelte van de Kerklaan vanaf de Dorpstraat tot en met de verderop liggende molensloot en de ten oosten daarvan liggende gronden, door Joor en Marie verkocht aan Herman van der Mark. Hij is een zoon van Willem van der Mark die in 1910 een woning heeft laten bouwen op de hoek van de Dorpstraat en de Kerklaan.

Herman is administrateur op een rubberplantage op Sumatra, waardoor het beheer van laan en brug berusten bij zijn vader en na diens overlijden bij zijn broer Willem jr.
Evenals Ammerlaan voor hem, beperkt hij de toegang tot de laan en brug en heft hij  tol over de toegang tot de Kerklaan. De bewoners van het achterland en bezoekers van de Katholieke kerk zijn ervan vrijgesteld.
De overige passanten zijn echter vaak sneller dan de kinderen van Willem jr., die geacht worden het geld te innen, zodat het vrij snel een zachte dood sterft.

Omstreeks 1929 verkoopt Herman een deel van deze gronden, gelegen ten noorden van de katholieke kerk, ten behoeve van de bouw van de eerste woonwijk aan de Kerklaan (36 woningen aan de Van Rijnstraat, Molenstraat, en Tuinstraat).
De Kerklaan en Kerklaanbrug blijven echter zijn eigendom.

In 1931 neemt het gemeentebestuur een besluit waarbij aan de aannemer van de net gerealiseerde woningen wordt voorgesteld dat zij de brug en het gedeelte van de Kerklaan tot en met de Tuinstraat, die nog in het bezit zijn van Van der Mark, aankopen en daarna kosteloos overdragen aan de gemeente.
De gemeente zal dan ter compensatie zorgen voor bestrating van de Kerklaan vanaf de Dorpstraat tot en met de Tuinstraat en ook een aangrenzende sloot dempen.

Blijkbaar gaat de aannemer en/of Van der Mark daarmee niet akkoord en blijft de Kerklaan nog jaren lang particulier bezit, want Herman van der Mark verkoopt uiteindelijk pas op 8 oktober 1938 zijn deel van de Kerklaan aan de gemeente. Vanaf  dat moment is dit gedeelte van de Kerklaan dan ook openbare weg.

Joor Ammerlaan blijft echter eigenaar van het het overige deel van de Kerklaan dat loopt tot aan de Kanaalweg en de daaraan liggende gronden.
Hij verhuurt vervolgens vanaf 1946 diverse aan de Kerklaan gelegen percelen grond aan jonge startende tuinders van buiten De Lier, onder voorwaarde dat zij katholiek zijn.

Later worden deze tuinders in staat gesteld eigenaar te worden van hun bedrijf.
Zo stimuleerden zij niet alleen de cultivering van het gebied, maar ook de groei van de katholieke gemeenschap.

In december 1949 besluit de gemeenteraad, zij het met nog al wat bedenkingen, ook het gedeelte van de Kerklaan dat dan nog in het bezit is van Ammerlaan aan te kopen.
Er is vooral weerstand tegen de financiële afspraken die met Ammerlaan zijn gemaakt, maar uiteindelijk laat de Raad het algemeen belang van een vrij toegankelijke Kerklaan zwaarder wegen.

Het verkeer over de Kerklaanbrug neemt door alle bedrijvigheid in het achterland snel toe, wat de brug niet ten goede komt.
Begin 1960 is de situatie onhoudbaar geworden.
In 1962 wordt dan ook, ter verbreding van de laan, een rijtje huizen aan de dorpskant van de Kerklaan afgebroken en wordt de houten brug vervangen door een betonnen brug.

Als vanaf 1967 het woningbouwprogramma Bleijenburg wordt gerealiseerd, blijkt al snel dat de brug voldoet, maar de toerit vanuit de Hoofdstraat niet.

De krappe bocht is een bijna niet te nemen obstakel voor het bouwverkeer.
De Kerklaan wordt vervolgens opnieuw verbreed door de sloop van de woning en manufacturenwinkel van Keijzer, op de hoek Hoofdstraat/Kerklaan.

De nieuwe brug, met links nog het pand van Keijzer