Landschap

zandtrein-polder-1-pf-1024

1925 - Zandtrein Oranjepolder (ca 1935)

Toon streetview

Langs de Lange Kruisweg en de Tuindersweg liggen de tuinbouwpercelen duidelijk lager dan het wegdek, terwijl sommige boerenhoeven op de oorspronkelijke zandruggen daar duidelijk bovenuit steken. Dat is het gevolg van het afzanden, ook wel afgeesten genoemd van de polder tussen ca 1925 en 1960.

De Oranjepolder was ontstaan door aanslibbing van zand en klei in de monding van de Maas. De samenstelling van de bodem was daardoor uitermate grillig. Sommige gedeelten leken bij een stevige bries nog het meeste op een zandverstuiving, terwijl de grond honderd meter verder bestond uit stugge apeklei die praktisch niet te spitten viel. Dat gaf de nodige problemen bij het in cultuur brengen van de polder. Vanaf de aanleg in 1644 eerst al voor de veeteelt en landbouw, maar  rond 1900 zeker ook voor de eerste tuinders die er een broodwinning probeerden te zoeken.

Om de groeizaamheid van de grond te verbeteren en tevens een meer egale grondwaterstand te krijgen begon men daarom met zand-afgravingen. Hierbij werd soms wel 1 of 2 meter zand en een schelpenlaag weggehaald. De bovenste steek, oftewel de zooi, moest als het even kon weer bovenop komen. De groeiverbetering op de afgegeeste grond was verbazingwekkend. Op akkers waar voordien voor nog geen twee geiten vreten was te vinden groeide het nu letterlijk als kool. Langzamerhand ontstond er in de Oranjepolder een soort zandkoorts, temeer daar het overtollige zand ook nog kon worden verkocht. In de Lier zaten heel wat peentelers met platglas op vrij zware grond en die wilden het zand graag hebben. Zo werden duizenden karrevrachten zand met schoppen en zandpannetjes opgeschept en afgevoerd. Later werd dit beter georganiseerd. Er verscheen een graafmachine en er werden putwachters aangesteld die toezicht hielden op het afgraven, de rijplaten tegen het verzakken van de vrachtwagens verlegden, het geld inden, en zorgden dat de bodem netjes geëgaliseerd werd.

Het afzanden kwam echter pas goed op gang toen Rijkswaterstaat de aanleg van rijksweg A20 ter hand nam. Omdat dit traject tussen Rotterdam en Den Haag dwars door de polders liep waren hiervoor onvoorstelbare hoeveelheden zand nodig. Daarom werd er een spoorlijn aangelegd waarop een trein met kiep-wagons heen en weer kon rijden. Vanuit de Oranjepolder liep deze lijn richting Schenkeldijk en stak vervolgens de Vliet over naar het tracé van de A20. Het spoorlijntje was van het type smalspoor dat ook wel voor trams werd gebruikt. Ter hoogte van de Nolweg / Oudecampsweg was een rangeerterrein. Vanuit een baanwachterskeet werden de wissels bediend om het zandtransport in de juiste banen te leiden.

trein-pf-1024

Deze foto uit de Westlandsche Courant van 1935 toont de palenbrug waarover de zandtrein ter hoogte van de Schenkeldijk de Vliet overstak. Na de opening van de A20 in 1936 werd het zandspoor afgebroken en was tevens het afzanden van de Oranjepolder over het hoogtepunt heen. Daarna werden incidenteel nog wel stukjes afgegraven, als laatste met name in de Oranje buitenpolder.

 

 

Deze marker komt voor in: